‘Watercrisis wordt de nieuwe stikstofcrisis[1]’ en ‘.. zelfde impact als stikstofcrisis[2]’. Het besef groeit: we hebben een waterkwaliteitsprobleem. Maar in de politiek gaat het vooral over de gevolgen voor boeren, bouw en economie. Ondertussen verspreiden lobbyisten fabels om strengere regels te voorkomen en economische belangen veilig te stellen.
Deze pagina ontmaskert de misleidende argumenten en biedt een weerwoord. Voor elke veelgehoorde onzinclaim geven we een helder tegenargument, gevolgd door een onderbouwing met openbare bronnen. Zo sta je stevig in de discussie.
Bovendien kun je er een spel van maken: download de pdf met alle fabels, print de voorkant, en hou in vergaderingen bij of je vier fabels op een rij kunt krijgen. Als dat het geval is, roep luid: bingo!!
Disclaimer
We hebben deze kaart aangereikt gekregen van de advocaat van de aarde en daarna aangepast aan de actualiteit. Ontdek je een foutje of heb je aanvullingen, dan horen we het graag.
Actuele versie
Er worden steeds nieuwe argumenten verzonnen om de milieudoelen maar te vertragen. Deze proberen we zo snel mogelijk te verwerken. De actuele versie vind je hier.
[1] EO, Dit is de Dag, 13 mei 2023. [2] Nu.nl, 4 februari 2025. ↩︎
A. De doelen zijn onhaalbaar
Fabel 1
De deadline komt te snel.
De feiten:
De kaderrichtlijn is aangenomen in het jaar 2000. De waterkwaliteit voldeed niet aan de vereisten om een gezonde leefomgeving voor de toekomst veilig te stellen. De eerste deadline werd gesteld in 2015. Die is twee keer bijgesteld omdat de deadline ‘te snel’ kwam, eerst naar 2021, toen naar 2027.
Uit onderzoek van de Raad voor de leefomgeving en infrastructuur uit 2023 blijkt dat we met het huidige Nederlandse beleid de waterkwaliteitsdoelen in 2027 redelijkerwijs niet meer halen. Als je niet bereid bent de noodzakelijke maatregelen ook te nemen is geen enkel doel ‘realistisch.’ Schoon water is een voorwaarde voor een gezonde economie en voedselproductie.
[1]. Raad voor de Leefomgeving en Infrastructuur, Goed water, goed geregeld, 11 mei 2023.
Fabel 2
Het ‘one out, all out’-principe is onredelijk
De feiten:
Schoon water is pas schoon als het ook echt schoon is.
Soms wordt gezegd dat het principe van ‘one out all out’ bij de metingen van waterkwaliteit oneerlijk is. Maar dat geldt alleen als je zoveel mogelijk wil vervuilen. Zou jij een glas water drinken als de meststoffen eruit zijn gehaald en er niet tien maar één gifstof in zit waar je dood aan gaat?
Wanneer één (chemische) stof de ecotoxicologische norm van schoon water overschrijdt, leggen organismen het loodje. Het maakt niet uit of er één stof of meerdere in een te grote hoeveelheid aanwezig zijn; de vele dieren die onderwater leven, gaan dood. Voor gezond water moet aan alle normen worden voldaan.
Fabel 3
De normen voor waterkwaliteit zijn te streng
De feiten:
De normen die gesteld zijn beschermen jouw gezondheid; nu en ook later.
Liefhebbers van vervuilende activiteiten zeggen weleens dat de normen veel te streng zijn maar de normen zijn gericht op gezondheid van mensen op het functioneren van landbouw en op natuur en biodiversiteit. Schoon water is essentieel. Water dat veilig is om te drinken, waar we onze gewassen mee kunnen beregenen en waaruit we vis kunnen oogsten. Maar wanneer is water schoon? Daar heeft de wetenschap zich over gebogen. Zouden die wetenschappelijke normen minder streng gesteld worden, dan komt de gezondheid in gevaar en het zou onverstandig zijn om dan de normen maar te verlagen. Dat leidt tot vies water[1].
[1] KRW: Hoe staat het ermee?.
Fabel 4
Normen voor nutriënten zijn in Nederland veel strenger dan in andere landen
De feiten:
Goede waterkwaliteit betekent overal hetzelfde.
Leven is leven en dood is dood. Vanuit zorgvuldig wetenschappelijk onderzoek opgestelde normen, laten weinig ruimte voor radicaal andere inzichten. Bovendien is de Kaderrichtlijn Water een Europese richtlijn, wat betekent dat voor alle landen in Europa dezelfde normen gelden. Het gaat er immer om binnen een Europese markt een gelijk speelveld bewaakt wordt. Sommige mensen hoor je wel roepen dat Nederland veel strengere normen hanteert – en daar worden soms getallen bij gepresenteerd maar wat goede waterkwaliteit is, is voor iedereen gelijk. [1].
Maar omdat de watersystemen in verschillende landen verschillend functioneren kunnen er lokale verschillen zijn voor de normen voor vervuiling door bijvoorbeeld fosfor of stikstof.[2] Nederland heeft veel kunstmatige watersystemen met weinig natuurlijke dynamiek. Die zijn gevoeliger voor stikstof dan natuurlijk stromende rivieren. Nederland heeft voor elk type water vastgesteld hoeveel voedingsstoffen erin voor mogen komen[3]. en de Europese Commissie heeft vervolgens getoetst of dit voldoende is[4]. Precies zoals afgesproken. Centrale richtlijnen, regionale implementatie. Uiteindelijk moet de waterkwaliteit op orde zijn, overal, maar passend bij het type water. Dat is in Nederland niet anders dan in andere lidstaten. Uit de tussenevaluatie blijkt dat de Nederlandse nutriënten normen niet streng genoeg zijn om te zorgen voor een rijk en divers waterleven[5]. Dus op papier is het goed afgesproken maar de praktijk laat iets anders zien.
[1] Pointer KRO-NCRV, ‘Nee, Nederland heeft niet de strengste waternormen van Europa’, 19 november 2023.
[2] Rapport Vergelijking KRW-normen Nederland en buurlanden – Royal Haskoning. PDF.
[3] Planbureau voor de Leefomgeving. Vijf vragen en antwoorden over nutriënten en waterkwaliteit.
[4] Pointer KRO-NCRV, ‘Nee, Nederland heeft niet de strengste waternormen van Europa’, 19 november 2023.
[5] Koepelrapport Tussenevaluatie KRW | Rapport | Rijksoverheid.nl
Fabel 5
Hoe zit dat dan met nutriënten? Die zijn voor ons toch niet ongezond?
De feiten:
Teveel nutriënten in het water is ongezond voor mens, plant en dier.
Bij veel nutriënten overleven maar een paar organismen; het is zichtbaar aan teveel kroos maar ook aan overmatige algenbloei. Sommige mensen denken dat wij mensen niet geraakt worden door dichtgegroeide sloten maar dat klopt niet. Voor een goede waterkwaliteit moet zowel de chemische als de ecologische kwaliteit op orde zijn. Ecologische kwaliteit gaat onder andere over nutriënten zoals fosfor en stikstof – voedingsstoffen dus. Planten en dieren hebben die voedingsstoffen nodig, maar teveel (overbemesting) is juist schadelijk. Dat komt omdat sommige soorten heel sterk profiteren. Algen groeien bijvoorbeeld explosief[1], en halen al het licht en de zuurstof uit het water. Daardoor treedt sterfte op onder andere planten en dieren. Sommige algen, zoals blauwalg, scheiden giftige stoffen af. Je krijgt er jeuk van, maar daar blijft het niet bij. Overbemesting leidt ook tot teveel nitraat in het oppervlaktewater en drinkwater. Te veel nitraat in het drinkwater is een bedreiging voor de volksgezondheid, omdat het lichaam dan problemen kan krijgen met zuurstofopname[2]. Niet voor niets maken waterleidingbedrijven zich zorgen over nitraat[3].
[1] Nutriënten en het ecologisch functioneren van oppervlaktewateren | STOWA.
[2] Berekening inname nitraat en nitriet combineren om gezondheidsrisico beter te kunnen schatten | RIVM.
[3] Nieuwsbericht op VEWIN-website.
B. We meten te veel, maar weten niet genoeg
Fabel 6
Er wordt niet goed gemeten.
De feiten:
In Nederland wordt waterkwaliteit nauwkeurig gemeten.
De meetpunten in Nederland zijn zo gekozen dat er een evenwichtige spreiding is over het land en ze zijn gekozen op basis van aanbevelingen uit wetenschappelijk onderzoek. Het is grappig om te zien dat bij stikstof geroepen wordt dat er te weinig gemeten wordt en bij water dat er juist teveel gemeten wordt. Feit is dat water relatief goed gemeten wordt – met veel meetpunten en een hoog detailniveau maar dat er wel vooral veel meetpunten liggen aan het einde van afwateringssystemen waar het water al verdund is. Net als bij stikstof, luchtvervuiling en andere dossiers zal de wetmatigheid optreden dat hoe meer je meet, hoe groter de problemen worden. Wat met meer metingen beter duidelijk kan worden is of de waterkwaliteit ook verbetert als gevolg van maatregelen. Een probleem aantonen gaat relatief eenvoudig, positieve effecten van die ene oplossing is veel moeilijker.
Fabel 7
Er wordt te nauwkeurig gemeten.
De feiten:
Een normoverschrijding is een normoverschrijding.
Of het nu gaat om kilo’s of microgrammen; giftig is giftig Uiteindelijk is suiker ook giftig maar de toxische drempel ligt hoog, veel hoger dan cyaankali waar je met een paar druppels al aan dood gaat. Maar een drempel is een drempel. Soms klagen mensen dat detectiesystemen de laatste jaren enorm verbeterd zijn en steeds kleinere hoeveelheden vervuiling op kunnen sporen. Die mensen verlangen misschien terug naar de tijd dat je gesmolten teer nog gewoon in de gracht kon kieperen maar je zou het ook vooruitgang kunnen noemen dat detectiekansen gestegen zijn. Want detectie en normering hebben niks met elkaar te maken. De norm wordt vastgesteld in onderzoek. Met detectie spoor je overschrijdingen op.
Fabel 8
Er moet meer onderzoek worden gedaan naar…
De feiten:
Er wordt in Nederland heel veel gemeten, zeker in het water.
We weten al jarenlang dat de waterkwaliteit beneden de maat is en ook waardoor het komt. In de discussies over metingen komt alles tegelijk voorbij: we meten te weinig, we meten teveel, we meten niet precies genoeg, we meten te nauwkeurig… met deze discussies schiet je niets op. Het gaat erom dat metingen en conclusies tot elkaar in de juiste verhouding staan. We weten al lang dat de waterkwaliteit beneden de maat is. Welke maat? Die maat om een gezonde toekomst mee veilig te stellen. Daarom zijn er in 2000 afspraken gemaakt om de kwaliteit te verbeteren. Maar beslissingen en effectieve maatregelen uit.[1][2][3][4]
Terwijl we weten hoe je verbetering kan realiseren. Strenger zijn bij de toelating van bestrijdingsmiddelen bijvoorbeeld. Het mestoverschot terugdringen. Strenger zijn bij het verlenen van vergunningen voor bijvoorbeeld lozingen en beter handhaven zijn voorbeelden van maatregelen waarvan je vrij snel enorme positieve effecten van mag verwachten.
[1] Aanpak vervuilende activiteiten nodig om drinkwaterbronnen te beschermen | RIVM
[2] RIVM rapport 500799004 Van inzicht naar doorzicht
[3] Betere bescherming waterkwaliteit is noodzakelijk | Nieuwsbericht | Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT)
C. Het is niet onze schuld, maar…
Fabel 9
Het is niet onze schuld, het zijn de ganzen.
De feiten:
In het wild levende dieren produceren geen stikstof, ze verplaatsen het.
Ganzen eten graag stikstofrijke gewassen zoals raaigras en ze poepen dat weer uit, ook in het water. Producenten van stikstof mogen graag anderen de schuld geven maar de poep van ganzen is geen nieuwe stikstof: ze halen het uit het gras en leggen het terug op het land. Mensen voegen stikstof toe; door dieren te fokken en graslanden te bemesten. De verhouding staan totaal uit het lood.
Het aandeel van ganzen en andere watervogels aan de totale nutriëntenbelasting in oppervlaktewater is kleiner dan 1%. Alleen in uitzonderlijke, zeer lokale situaties – bijvoorbeeld bij een afgesloten plas met een grote vogelkolonie zoals de Oostvaardersplassen – is de bijdrage enigszins substantieel te noemen maar in veel gevallen geldt ook bij extreem hoge vogelconcentraties eerder dat dit een gevolg is van hoge stikstofdepositie dan een oorzaak. Want veel (kunst)mest leidt tot veel eiwitrijkgras leidt tot veel ganzen, niet andersom.
[1] KRW: Hoe staat het ermee?, p. 3.
[2] KIWK Ecologie Onderzoeksrapport Stikstof oppervlaktewateren – DEF 13 april.
[3] STOWA, KIWK Ecologie Onderzoeksrapport Stikstof oppervlaktewateren – DEF 13 april.
Fabel 10
Het ligt aan medicijnresten.
Alle giftige stoffen moeten worden aangepakt
Zoals in 2 en 3 staat uitgelegd, is water pas gezond als het gezond is. Dus ook medicijnresten moeten worden aangepakt. Het is een lastig probleem, omdat mensen medisch afval door de WC spoelen, maar ook omdat de medicijnen en drugs die ze gebruiken via urine in het water terecht komt.
Er wordt in ziekenhuizen druk geëxperimenteerd met manieren om riool te zuiveren van medicijnresten, maar tot die tijd is het geen excuus om overmatige stikstofdepositie of gebruik van pesticiden niet aan banden te leggen.
Schoon is pas schoon als het schoon is en dat begint bij tegengaan van vervuiling die je kunt tegengaan. De giftigheid van pesticiden is vele malen hoger dan die van medicijnen, simpelweg omdat we medicijnen in mensen stoppen en daar, terecht, zeer kritisch op zijn.
Er wordt wel geschermd met het medicijnkastje van de boer, maar we raden iedereen af die medicijnen zelf in te nemen. De ervaring leert overigens dat industriële toepassingen sneller verduurzamen dan landbouwkundige toepassingen dus er is geen enkele reden om te wachten tot het probleem van medicijnresten gekraakt is.
Fabel 11
Het komt door het buitenland.
De feiten:
Nederland is het vuilste jongetje van de klas.
Als je de grafieken over waterkwaliteit, oppervlakte natuur, nitraat e.a. naast elkaar bekijkt, zie je dat Nederland overal in de onderste regionen bungelt. En als je er een gemiddeld rapportcijfer van zou maken blinken we pas echt uit – in negatieve zin. Nederland is in de vorige eeuw altijd een aanjager geweest van streng natuur- en milieubeleid omdat er, met name vanuit het Duitse Rührgebied nogal wat ellende binnen kwam stromen. Maar toen het gelukt was, begon Nederland te betogen dat wij wel konden lozen omdat het na ons toch de zee in zou stromen (…). Maar omdat er een gelijk speelveld wordt bewaakt, komen we daar – terecht – niet mee weg. Het instromende water is daardoor de afgelopen decennia veel schoner geworden. De Rijn voldoet, als deze ons land binnenstroomt, zelfs helemaal aan de normen voor nutriënten. De vuiligheid die wordt aangetroffen voegen wij als land dus zelf toe.[1][2][3][4]
Maar wie binnen Nederland waar precies voor verantwoordelijk is, is moeilijk te zeggen omdat lozingsvergunningen sterk verouderd zijn, er nauwelijks handhaving is en door uit- en afspoeling een hoop vervuiling vanuit de landbouw bijkomt, waaronder bestrijdingsmiddelen en nutriënten.
[1] KRW: Hoe staat het ermee? p. 3
[2] Waterforum: Hoe zit het met de watervervuiling in het buitenland?
[4] De angst regeert
Fabel 12
Het ligt niet aan de landbouw, maar aan de industrie.
De feiten:
Landbouw is de grootste vervuiler.
Maar dat betekent niet dat de industrie er niet toedoet. Je ziet in debatten veel vingerwijzingen maar vanuit perspectief van schoon water moet gewoon de vervuiling eruit. In veel gevallen doet het onderscheid tussen landbouw en industrie ook niet ter zake: we hebben industriële landbouw. PFAS wordt meestal ingedeeld bij ‘industrie’ maar het zit heel veel in bestrijdingsmiddelen. En natuurlijk lozen bedrijven als Chemours een hoop troep. Dat zijn zogeheten puntlozingen en die zijn via vergunningen goed terug te dringen. Rijkswaterstaat heeft een begin gemaakt met het actualiseren van vergunningen [1] en de waterschappen volgen. Maar voor landbouw gaat het meestal om een samenkomst van veel verschillende vervuilingen (diffuse lozingen). Dat vraagt om een heel andere aanpak.
[1] Rijksoverheid, Brief over actualisatie lozingsvergunningen Rijkswaterstaat.
D. We hoeven de vervuiling niet te voorkomen, want…
Fabel 13
Drinkwaterbedrijven lossen het wel op.
De feiten:
Drinkwaterbedrijven luiden al decennialang de noodklok.
Nederlandse drinkwaterbedrijven behoren tot de beste ter wereld, ze zijn in staat om voor heel veel mensen drinkwater te leveren in een land met een hoge milieudruk en weinig ruimte voor natuurlijke zuivering. Maar al jaren waarschuwen ze dat de toenemende vervuiling – vooral mest en steeds nieuwe gifstoffen – de leveringsplicht in gevaar zou kunnen brengen. En de laatste jaren zijn er ook voorbeelden van, dat er ineens water uit de kraan komt dat beneden de norm is of dat er gewoon niet geleverd wordt. Simpelweg stellen dat regels niet nodig zijn omdat de waterbedrijven het oplossen is struisvogelpolitiek.
Terwijl de grootste vervuilers – zoals de landbouw met pesticiden en meststoffen – buiten schot blijven, stijgen de drinkwaterprijzen. In 2024 al met gemiddeld 35%. De kosten voor schoon water worden dus steeds vaker doorgeschoven naar de burger.[1]
Oplossingen vragen om samenwerking. Een inzet van overheden, industrie, landbouw én drinkwaterbedrijven. Die laatste hebben daarbij wel degelijk een wettelijke zorgplicht: zij moeten ervoor zorgen dat onze grondwaterbronnen niet uitgeput raken[2].
[1] Prijs drinkwater stijgt in 2025 om te investeren in de toekomst | Vitens
[2] Van Aalderen & Van Loon, ‘Rollen en verantwoordelijkheden drinkwaterbedrijven’, 31 mei 2022.
Fabel 14
De rioolwaterzuivering kan het oplossen.
De feiten:
Met rioolwaterzuivering kunnen we de problemen niet oplossen.
Want het rioolprobleem is grotendeels getackeld. Vroeger spoog de strekdam het riool van heel Amsterdam het IJsselmeer in, maar dat gebeurt niet meer. We hebben zuiveringsinstallaties en wat er het riool in gaat komt grotendeels gezuiverd pas in het oppervlaktewater terecht. Ongeveer 20 tot 30% van de fosfor en stikstof komt via het riool in het oppervlaktewater. Door betere zuivering kun je dit percentage verder omlaag brengen. Maar landbouw tekent voor 45% van de stikstof en fosfor dus mestbeleid – dat vanuit de stikstofopgave en de natuuropgave toch al moet – is een snellere route naar schoon water.
[1] KRW: Hoe staat het ermee??, p. 3.
E. We moeten de vervuiling maar accepteren, want…
Fabel 15
Het is geen landbouwgif, het zijn plantmedicijnen.
De feiten:
Bestrijdingsmiddelen zijn gifstoffen.
Je kunt er lang of kort over praten maar insecticiden doden insecten, herbiciden doden planten en fungiciden doden schimmels. En meestal doden herbiciden ook insecten en insecticiden ook paddenstoelen. En er bestaat ook zoiets als omnicide. De ‘precisiewerking’ is een fabeltje – het betekent dat er betere sproeikoppen zijn waarmee je beter kunt richten zodat je niet meer met het vliegtuig over het land hoeft te vliegen om de gifstoffen in wolken over het land te sproeien. Maar het betekent niet dat gifstoffen niet uitspoelen of afvloeien en ook niet dat ze niet in de bodem, het water en in de voedselwebben terecht komen. Dat doen ze wel en ze hebben daar aantoonbare negatieve effecten. Sterfte, desoriëntatie, verminderde vruchtbaarheid, allemaal effecten die niet getoetst worden bij toelating. Dus als er gesproken wordt over het medicijnkastje van de boer; vraag dan om toetsing zoals bij de toelating van medicijnen het geval is, met onderzoek naar de werking, de bijwerking, de lange termijneffecten op een brede, diverse representatieve onderzoeksgroep.
Fabel 16
Mest en bestrijdingsmiddelen zijn nodig voor de voedselzekerheid.
De feiten:
Schoon water is een voorwaarde voor voedselzekerheid.
Nederland kan in principe goed voorzien in de eigen voedselbehoefte en dat is strategisch handig. Maar voorwaarde daarvoor is dat we onze bodem en onze watervoorraad goed beschermen. De huidige landbouw is afhankelijk van enorme importen, vooral veel soja, en verdient geld met export; kaas, melk, vlees, snijbloemen, … We eten nauwelijks van eigen grond, die stoppen we vol met mest en gifstoffen. 70 tot 75% van het geproduceerde voedsel wordt geëxporteerd. Door afhankelijk te zijn van kunstmest en pesticiden wordt de landbouw kwetsbaar. Kunstmest laat gewassen sneller groeien waardoor ze kwetsbaar zijn voor vraat. Pesticiden worden gezien als oplossing voor dit – gecreëerde – probleem maar schimmels en plaagdieren kennen snelle generatiewisselingen en worden snel resistent, waarna nog giftigere middelen nodig zijn. [1][2] Daarnaast doden veel gifstoffen niet alleen de plagen maar ook de natuurlijke plaagbestrijders zoals insectenetende vogels en bladluisetende zweefvliegen die het loodje leggen als gevolg van de neonicotoïden. Dat is een tweede reden waarom steeds meer, steeds giftiger gif nodig is.
Resistentie is ook een groot probleem voor de volksgezondheid, omdat door resistentie tegen fungiciden (bestrijdingsmiddelen gericht op schimmels) ook bepaalde medicijnen voor mensen niet meer werken[3]. Als voedselzekerheid dan toch als argument gebruikt wordt, dan zou de sierteelt per direct uitgefaseerd moeten worden. Voor de sierteelt worden heel veel bestrijdingsmiddelen gebruikt – en het levert niks te eten op[4]. Maar voedselzekerheid is een non-argument, dat staat in Nederland niet op het spel. Er is voldoende voedsel[5].
[1] Resistentie tegen pesticiden, een groeiend probleem – Bio Based Press
[2] https://journal.gnest.org/system/files/2024-10/gnest_05931_final.pdf
[4] Dossier: landbouwgif – Aardige Buren
Fabel 17
Er wordt steeds minder gif gebruikt.
De feiten:
Gifstoffen worden steeds giftiger.
Intensieve landbouw is een vorm van oorlog voeren tegen de natuur. Groeiwijzen worden aangepast in een tempo dat radicaal anders is dan de natuurlijke veredeling waar mensen al duizenden jaren mee werken. Daarmee is een wapenwedloop ontketend tussen kunstmest, pesticiden, ziektes en plagen. In die wapenwedloop wordt steeds preciezer gewerkt, mede uit het oogpunt van volksgezondheid. En dat heeft ertoe geleid dat er steeds minder pesticiden gebruikt worden, een feitje dat in agromedia grif gevierd werd. En het is een feit – alleen van belang is wel dat het werd uitgedrukt in kilo’s en niet in mate van toxiciteit. Gif wordt giftiger en er komen – in een poging tot precisie – steeds meer stoffen door elkaar terecht in het milieu, waar ze elkaars negatieve invloed versterken.
Fabel 18
Het komt door het klimaat.
De feiten:
Verdroging is in Nederland een direct gevolg van waterbeheer.
Klimaatverandering heeft allerlei gevolgen voor waterkwaliteit maar het regent nog steeds ongeveer evenveel – alleen extremer. Hoosbuien, stationaire regens, en droogte. Dat heeft effect op waterkwaliteit maar vooral omdat we er voor blijven kiezen regenwater zo snel mogelijk af te voeren in plaats van op te slaan in het landschap. Dan krijg je eerder last van droogte en die droogte heeft wel degelijk een relatie met kwaliteit. Half droogevallen sloten en vennen krijgen te maken met eutrofiëring en versnelde algenbloei. En de concentratie opgelost stoffen wordt natuurlijk hoger als er veel water verdampt. De milieuproblemen zijn bekend maar klimaatopwarming is naast een oorzaak vooral ook een aanleiding. Natuurlijk peilbeheer zou een groot deel van de problemen op voorhand wegnemen.